De Kroonkurk

Uit etiwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding uit de patenttoekenning

De kroonkurk dankt haar naam aan de Amerikaanse uitvinder, William Painter, die vond dat het stukje metaal met 21 rimpels op de kroon van koninginnen en koningen leek.Aan de binnenkant bevond zich een schijfje kurk. Vandaar de naam: “kroonkurk”.William Painter, van Ierse afkomst, kreeg op 2 februari 1891 octrooinummer 468.258 (PDF) voor de 151ste gedeponeerde octrooi voor een flesafsluiter. In die tijd moesten er echt 21 rimpels langs de rand van de kroonkurk zitten. Proeven met 20 en 22 inkepingen liepen op niets uit. (Inmiddels worden er ook kroonkurken met andere aantallen inkepingen gemaakt.)

Het verwijderen van kroonkurken bleek in de praktijk in het begin echter een lastig klusje. Het gebruik van bijvoorbeeld een mes of kurkentrekker kon beschadigingen veroorzaken aan het gereedschap. Willams Painters uitvinding kon daarom pas een succes worden nadat hij op 6 februari 1894 een handig hefboompje patenteerde om zijn kroonkurk te verwijderen: de Capped-Bottle Opener.
Crown-cork-opener.png

Daarna kostte het William Painter nog enige moeite om brouwers, flessenmakers en slijters van de grote voordelen van de kroonkurk te overtuigen. Om zijn gelijk te bewijzen liet de uitvinder een groot aantal flessen bier met zijn uitvinding meevaren als ballast van een groot vrachtschip dat van Noord- naar Zuid-Amerika en terugvoer. Toen het vaartuig maanden later weer terug kwam werden de bierflessen geopend en bleek het gerstenat nog steeds uitstekend te drinken. Amerikaanse bierproducenten raakten in de daaropvolgende jaren meer en meer overtuigd van de voordelen van de kroonkurk, zeker toen William Painter in 1898 een machine uitvond waarmee een geschoolde arbeider in één minuut maar liefst 24 flesjes kon vullen en afsluiten. Rond 1910 behoorden bierflessen met een traditionele kurk definitief tot het verleden. De kroonkurk was de norm geworden. De binnenkant van een kroonkurk werd eerst alleen voorzien van een schrijfje kruk. Later werd dit afgedekt met speciaal geprepareerd papier, zodat de inhoud van de fles niet in contact kwam met de kurk. Later werd het papier vervangen door een laagje aluminium folie. Rond 1970 werd het een plastic (PVC, later PE) binnenkantje. William Painter maakte een fortuin met de Crown Cork & Seal Company Inc. die hij oprichtte om zijn uitvinding aan de man te brengen. William Painters uitspraak: “Als je rijk wilt worden moet je iets uitvinden wat de mensen weggooien“, werd later eveneens in de praktijk gebracht door een van de eerste werknemers van zijn Crown Cork and Seal Company: King Camp Gillette, de uitvinder van het verwisselbare scheermesje. Inmiddels zijn er, naast de Crown Cork & Seal Company verschillende andere bedrijven die kroonkurken maken. De meeste fabrikanten drukken kleine tekentjes op de zijkant van kroonkurk, die aangeven uit welke fabriek de kroonkurk afkomstig is. De kroonkurk is eigenlijk niet te verbeteren, zo bewijzen de meer dan 50 miljard exemplaren die er op dit moment jaarlijks worden vervaardigd. Hij kost bijna niets en kan makkelijk machinaal op de fles worden gezet en kan ook weer probleemloos van de fles worden verwijderd, koolzuur ontsnapt niet en de smaak wordt niet aangetast. Toch zijn er in de loop van de jaren vernieuwingen en alternatieven ontworpen, zonder groot succes tot nu toe.

Tweede wereldoorlog

In de tweede wereldoorlog bestond een ernstig tekort aan grondstoffen in ons land. Kroonkurken moesten worden hergebruikt. Dit weer geschikt maken van gebruikte kroonkurken werd regenereren genoemd. Enkele aankondigingen in dagbladen uit die periode maken duidelijk de distributie in z'n werk ging.

21 maart 1942
Van het Departement van Landbouw en Visscherij. Regeling voor den aankoop van kroonkurken.
Het rijksbureau voor de voedselvoorziening in oorlogstijd maakt aan de kroonkurkgebruikende industrie bekend, dat een dezer dagen een beschikking zal worden uitgevaardigd, op grond waarvan kroonkurken, zoowel nieuwe als geregenereerde, slechts kunnen worden aangekocht, indien een aankoopvergunning kan worden overgelegd van het bureau grondstoffen van bovengenoemd rijksbureau, waaraan dan voorwaarden kunnen worden verbonden. Een der voorwaarden zal zijn, dat inlevering van gebruikte kroonkurken aan daartoe door het rijksbureau voor de voedselvoorziening aangewezen regeneratiebedrijven heeft plaats gevonden. Aanvragen tot het verkrijgen van dergelijke aankoopvergunningen moeten periodiek worden ingediend bij de centrale, welke het te verpakken product beheert, op een formulier, uitgegeven door of vanwege het rijksbureau voor de voedselvoorziening in oorlogstijd, vóór den 20sten van de eerste maand van het kwartaal, waarvoor de kroonkurken noodig zijn. Op dit formulier is een ruimte bestemd speciaal ter invulling door een regeneratie-bedrijf, waarin dit bedrijf verklaart gebruikte kroonkurken in redelijken staat van den aanvrager te hebben ontvangen. Deze aanvraagformulieren zullen verkrijgbaar worden gesteld bij deze regeneratiebedrijven, alsmede bij de verschillende onder het rijksbureau ressorteerende centrales. Zooveel mogelijk oude kroonkurken dienen ter regeneratie te worden opgezonden. Van de ingezonden hoeveelheden zal door het rijksbureau alsmede door het regeneratie-bedrijf een administratie worden bijgehouden. De toewijzing zal eenerzijds worden gebaseerd op de ingeleverde hoeveelheid, anderzijds op de behoefte van den belanghebbende, welke zal worden beoordeeld door het bureau grondstoffen, op advies van de betrokken centrale, die op haar beurt zoonoodig de bedrijfsorganisatie kan raadplegen. Aanvragen voor kroonkurken, waaruit niet blijkt, dat een zekere hoeveelheid oude kroonkurken is ingeleverd komen niet voor een toewijzing in aanmerking. De ingeleverde kroonkurken moeten droog worden opgeslagen en zoo noodig na ontvangst direct worden gereinigd en gedroogd, teneinde roestvorming te voorkomen, zoowel regeneratiebedrijf als kroonkurkenverbruiker dienen een dergelijke handelwijze te volgen. Alleen wanneer door- alle belanghebbenden, dus ook door het publiek, hieraan de hand wordt gehouden, kan een regelmatige voorziening van kroonkurken verzekerd blijven. Voorloopig zijn als regeneratie-bedrijven aangewezen: 1. N. V. D.A.I.M. te Deventer. 2. Ned. Kroonkurk-mij. N.V. te Rotterdam. 3. N. V. Vereenigde Blikfabrieken te Krommenie.

28 mei 1942
REGENERATIEBEDRIJVEN GEBRUIKTE KROONKURKEN
Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, bureau grondstoffen maakt, ten vervolge op de desbetreffende publicatie van Maart j.l., bekend, dat thans voor den tijd van een jaar als regeneratie bedrijf van gebruikte kroonkurken zijn aangewezen: N.V. Aluminium Capsulefabriek „DAN" te 's-Gravenhage; N.V. D.A.I.M. te Deventer;
Nederlandsche Kroonkurk Mij. N.V. te Rotterdam;
N.V. Vereenigde Blikfabrieken te Amsterdam (fabriek te Krommenie).
Daar tot op heden is gebleken, dat men nog niet geheel doordrongen is van het feit, dat een goede kroonkurkvoorziening slechts dan gewaarborgd is, indien voldoende gebruikte kroonkurken worden ingeleverd, wordt er nogmaals bij de kroonkurkgebruikende industrie op aangedrongen zooveel nogelijk aan haar inleveringsplicht te voldoen.

16 juli 1942
Aanvragen voor Kroonkurken 4de kwartaal.
Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Bureau Grondstoffen, maakt bekend, dat aanvragen voor kroonkurken voor het 4de kwartaal moeten worden ingediend op uiterlijk 30 Juli a.s. bij de centrale welke het te verpakken product beheert. Aanvragen, welke op een lateren datum worden ingezonden, worden niet meer in behandeling genomen. Tegelijkertijd inzenden van de aanvraagformulieren aan de regeneratiebedrijven zal een zoo groot mogelijk aantal gebruikte kroonkurken ter regeneratie dienen te worden opgezonden. Het regeneratiebedrijf zal op het aanvraagformulier aanteekenen, hoeveel zich in redelijken staat bevindende kroonkurken zijn ingeleverd. Daar de grootte van de toewijzing o.a. afhankeiijk is van het aantal ingeleverde kroonkurken en dit aantal zeker niet zal overtreffen, wordt aangeraden zooveel mogelijk kroonkurken ter regeneratie in te leveren. Door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd zal een doorloopend overzicht bijgehouden worden van de aantallen ingeleverde en toegewezen kroonkurken, zoodat bij volgende toewijzingen rekening kan worden gehouden met reeds eerder ingeleverde partijen. Bedrijven, die niet reeds voor het 3de kwartaal een toewijzing hebben aangevraagd moeten een verklaring indienen, dat zij niet op andere wijze in hun kroonkurk behoefte voorzien.

Het regenereren wordt als volgt beschreven
De oude, verbogen kroonkurken worden eerst uitgekookt, waarna jonge meisjes er de kurkresten uitpeuteren. In een speciale machine krijgen de metalen dopjes hun oorspronkelijke vorm terug. Een volgende machine dekt het metaal met een roestwerend laagje verf af en een derde machine stoffeert het geverfde dopje met een lijmvliesje en een nieuw plaatje kurk. Het eindproduct is een weer bruikbare kroonkurk.

Vernieuwingen

De Amstel fliptopper

In 1964 kwam Amstel met de fliptopper, een kroonkurk met een uitsteeksel, lijkend op een honkbalpet. De fliptopper was in feite een kroonkurk met ingebouwde flesopener en kon dus zonder gereedschap geopend worden. Ondanks de hooggespannen verwachtingen verdween de fliptopper spoedig weer, omdat te veel flessen open gingen tijdens het verplaatsen. Een andere, kleinere vernieuwing is de draaidop. Die kan alleen gebruikt worden op wegwerp-flesjes. Deze kroonkurk ziet er op het eerste gezicht uit als een standaard kroonkurk. Een andere vernieuwing is de “trekdop”. Deze zijn op dit moment nog niet terug te vinden in deze catalogus.

Weetje

Tot slot nog een weetje. Volgens de industriële DIN-norm 6099 heeft de huidige standaard kroonkurk de volgende afmetingen (in millimeters): hoogte - 6,00 ± 0,15; diameter binnenkant - 26,75 ± 0,15; diameter buitenkant - 32,10 ± 0,20.