Codering

Uit etiwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een etiket is bedoeld om aan te geven de verpakking waarop het etiket is aangebracht bevat. Tegenwoordig is het natuurlijk ook belangrijk dat het etiket de aantrekkelijkheid van het product verhoogt en er voor de consument herkenbaar uitziet. Bier vormt daarin zeker geen uitzondering.

Met het industrieel vervaardigen van bier in batches, kregen de brouwerijen de behoefte hun verpakkingen een codering mee te geven, zodat bij klachten nagegaan kon worden wanneer en onder welke omstandigheden het bier was geproduceerd en verpakt. Een houdsbaarheidsdatum werd immers pas rond 1985 verplicht.

Stempel

De eerste coderingen die op het etiket zijn aangebracht zijn stempels of perforaties. Bij het stempelen werd simpelweg een code met een stempel op het etiket aangebracht. Een stempel werd ook wel gebruikt om, nadat het etiket gedrukt was, nog aanvullende informatie als het statiegeldbedrag of het alcoholpercentage aan te brengen.

Perforatie

Perforatie was iets lastiger. Daar was een vrij complexe perforator voor nodig. Perforatie werd ook gebruikt door bedrijven om de door het gebruikte postzegels tegen diefstal door personeel te beschermen of om waardepapieren ongeldig te maken. Perforators werden door verschillende fabrikanten aangeboden. In 1887 bood Cummings een perforator aan die onafhankelijk verstelbare gaatjes kon perforeren. Dit bedrijf bestaat nog steeds en maakt nu onder de naam Cummings Allison nog steeds kantoormachines.

Zowel stempelen als perforeren hebben als nadeel dat het etiket er niet fraaier op wordt en dat soms tekst onleesbaar wordt.

Zaagsnede

Kunststof kaartje waarmee de codedge codering gelezen kon worden

Een codering voor productie- of afvuldatum door middel van een ingezaagd patroon is decennialang door de meeste grotere brouwerijen gebruikt. Het staat bekend onder de naam Codedge. Het patent hierop is in 1950 aangevraagd door Maurice Oswald Sauven. In 1953 is het patent toegekend. Codering door middel van inkepingen was overigens al eerder gepatenteerd, een relatief eenvoudige machine om dat snel en simpel te kunnen doen niet.

Sauven Marking, het bedrijf van Maurice Sauven, bouwde verschillende types van deze machine. Zo had een wat uitgebreider type de volgende coderingsmogelijkheden: D1, D2, D4, D8, D16, M1, M2, M4, M8, J1, J2, J4, J8. Hierbij staat de 'D' voor dag, de 'M' voor maand en de 'J' voor jaar. Wilde men bijvoorbeeld een etiket coderen op 19 december moesten bij de maanden M4 en M8 ingezaagd worden (4 + 8 = 12) en bij de dagen D1, D2 en D16 (1 + 2 + 16 = 19). Bij het jaar was er een afgesproken beginjaar. Bij deze codering waren 16 jaren te coderen. De code begon met een extra brede zaagsnede, het 'Register Mark'. Voor het uitlezen van de code waren speciale kaartjes nodig die tegen de code aangelegd moesten worden.

De machine was later, toen de houdbaarheidsdatum op etiketten verplicht werd, ook prima te gebruiken om een inkeping bij etiketten met een datumbalk te zagen.

Sauven Marking staakte haar activiteiten op 30 september 2015.

Inkjet

Met een inkjet aangebrachte tekst op de hals van een fles

Anders dan bij de meeste comsumenten inkjetprinters wordt bij codering gebruik gemaakt van piëzo-inkjetprinters. Bij dit type printer bevindt zich achter ieder kanaal van de printkop een piëzoelektrisch element. Door op dit element een elektrische puls te zetten, verandert dit element van vorm. Door deze snelle vormverandering wordt een schokgolf opgewekt in het bijbehorende inktkanaal. De schokgolf zorgt ervoor dat één of meer druppeltjes inkt uit het kanaal worden geschoten. Voordeel van dit type printer is dat er geen hitte nodig is bij het printen en er zodoende meer inkttypes mogelijk zijn. De printers zijn razendsnel, er kan zonder probleem direct op materialen als glas en blik worden afgedrukt maar uiteraard ook op een etiket. De gebruikte inktsoorten zorgen ervoor dat de afdruk onmiddelijk droog is. Een nadeel van deze techniek is dat deze printers vaste printkoppen hebben, welke slechts tegen behoorlijke kosten vervangen kunnen worden en dat er verbruiksmaterialen in de vorm van inkt zijn.

Lasercodering

Bij lasercodering brengt men tekst aan door het weglaseren van een zeer dun laagje coating op de verpakking. Dit kan ook metaal zijn. De code is permanent en kan niet uitlopen of vervagen. De apparatuur kan in bestaande verpakkingslijnen worden ingebouwd. Hierbij kunnen meer dan 70.000 flessen per uur verpakt en gecodeerd worden. Veelal wordt gebruik gemaakt van een koolstofdioxidelaser of CO2-laser is een elektrisch gedreven gaslaser. Technische informatie: Het gas in de ontladingsbuis bestaat uit een mengsel van koolstofdioxide, stikstofgas, waterstofgas en helium. CO2-lasers zenden infrarood licht uit met een golflengte tussen 9600 en 10640 nanometer. Bij deze techniek wordt geen inkt gebruikt, de laser werkt ook in vochtige of stoffige omgevingen en de tekst is zeer scherp.

Externe links

website van Cummins Allison